08 april 2026
Betrokkenheid ontwerpen: op zoek naar kansen en uitdagingen van de Van Nelleknoop
Leestijd: 11 minuten
Dinsdag 17 maart was de ‘balzaal’ van BlueCity het toneel voor de eerste bijeenkomst van het Platform Ruimtelijk Ontwerp (PRO) van 2026. Met een panoramisch uitzicht op enerzijds de Nieuwe Maas en anderzijds het voorbijrazende verkeer op de Maasboulevard bogen de aanwezigen zich over het thema ‘Water en bodem in stedelijke ontwikkeling: concrete fundamenten voor de toekomst’.
Moderator Christophe Cornille trapte af met een kleine inventarisatie van het gezelschap. Na de vraag ‘Hoeveel ontwerpers zitten er in de zaal?’ ging het merendeel van de handen omhoog. Maar ambtenaren en ontwikkelaars waren ook vertegenwoordigd. Het draaide deze middag om samen werken aan de stad, in ontmoeting met elkaar.
Kansen in een vroeg stadium
Tijdens de eerste PRO-bijeenkomst van 2025 werd een langere gesprekslijn gestart over de betekenis van water en bodem sturend ontwerpen in een stedelijke context. Toen werd met de leidraad ‘Water en bodem als basis’ van Rotterdams WeerWoord in de hand de casus Prins Alexander onder de loep genomen, een gesprek dat tijdens het Stadmakerscongres 2025 werd vervolgd. In 2026 bouwt het PRO verder op het thema ‘water en bodem sturend’, in deze eerste bijeenkomst met de Van Nelleknoop als concrete casus. In dit gebied rondom de monumentale Van Nellefabriek staan grootste ontwikkelingen gepland, met onder andere een nieuw treinstation en het toevoegen van tweeduizend woningen. In tegenstelling tot de ontwikkeling van Prins Alexander, is de Van Nelleknoop in een vroeg stadium, daarom is het juist nu interessant om aandacht te besteden aan de complexiteit van water en bodem sturend ontwerpen op deze plek.
De eerste persoon die het woord kreeg, was Barbara Luns, directeur van AIR, die de aandacht vestigde op het jaarverslag van het vorige jaar. De publicatie met de titel In de stroom van de stad blikt terug op de drie PRO-bijeenkomsten van 2025 en verzamelt geleerde lessen en nieuwe inzichten. Een mooie publicatie, die klaarlag voor de bezoekers om mee te nemen. Ze hield het verder kort, met enthousiasme om aan de slag te gaan.

Betrokkenheid ontwerpen
Vervolgens was het tijd voor de eerste presentatie, door Catherine Visser (DaF architecten, Stadspark West). Visser is betrokken bij Stadspark West, een collectief van ontwerpers en kunstenaars dat woont en werkt in Rotterdam West. Ze zetten zich in voor de buurt, door groene en sociale kansen en initiatieven te onderzoeken, te agenderen en te verbinden. Sinds 2022 konden zij met bijdragen van Citylab010 en het Stimuleringsfonds Creative Industrie werken aan een onderzoek om de ecologische en sociale waarde van Stadspark West zichtbaar, vindbaar en beleefbaar te maken. “Betrokkenheid kan je ontwerpen” stelde Visser in het begin van haar presentatie. Om dat te doen werkte ze aan het in kaart brengen van bestaande groene en sociale initiatieven in het gebied. Om betrokkenheid te borgen, moet deze sociale praktijk een sturende factor zijn in het ontwerpen voor de toekomst ervan.
De ontwikkeling van de Van Nelleknoop is groot, verbindt veel partijen en heeft een lange tijdlijn van meer dan twintig jaar. Stadspark West kijkt juist naar de kleine schaal in het gebied, maar wel steeds met een venster op de toekomst. Concreet bestaat dit uit bijvoorbeeld het organiseren van wandelingen en het maken van een kaart van het gebied. Het Essenburgpark is een model voor samenwerkingen; begonnen als burgerinitiatief om van een voormalig spoorterrein een stuk stadsnatuur te maken, doorgegroeid in samenwerking met het Waterschap van Schieland en Krimpenerwaard, dat zocht naar een plek voor waterbuffering. De grootste les die Visser meegaf voor de werksessies, is dat beheer een sterke waarde is om sociale cohesie en betrokkenheid te cultiveren.

Waterschap
Het Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard werd reeds genoemd en was ook vertegenwoordigd; gebiedsmanager Jurgen Bals gaf een presentatie over het waterschap én de Van Nelleknoop. Hij begon met algemene informatie, want hoe zat het ook alweer met die waterschappen? Ze zorgen in hun hoofdtaak voor waterzuivering, voldoende oppervlaktewater, gezond oppervlaktewater en veilige waterkeringen. Interessant genoeg is een waterschap het oudste bestuursorgaan met een democratisch gekozen bestuur in Nederland en bestaat al sinds de 13e eeuw.
Vervolgens ging Bals in op de grote invloed die klimaatverandering heeft en gaat hebben op de waterhuishouding. De effecten lopen uiteen: bodemdaling, droogte, slechte kwaliteit van oppervlaktewater, zeespiegelstijging, extreme regenval en wisselende rivierafvoer door het afnemen van smeltwater. Hij benoemde maatregelen om deze effecten op te vangen: de stad als spons, met meer groen en minder steen; een robuust watersysteem, dat regenwater goed opvangt om het lokaal te gebruiken; water besparen en hergebruiken én de stad weerbaarder maken tegen hitte en droogte. Het waterschap werkt aan een kader ‘toekomstbestendig bouwen’, waarin de lange termijn centraal staat, om de huidige problemen niet af te wentelen op de komende generaties. Omstandigheden die natuurlijk ook van toepassing zijn op de Van Nelleknoop, legde Bals uit. Er is sprake van veel bodemdaling en er staan twee gemalen in het gebied. Op deze locatie zijn twee verschillende waterschappen in het spel, want aan de andere kant van de Schie is het Hoogheemraadschap van Delfland verantwoordelijk. Beiden willen graag vroeg in het planproces aan tafel komen. Voor de werksessies wilde Bals meegeven: houd rekening met natte én droge perioden en houd kwantiteit én kwaliteit van het water in het oog.
Systemen op de kaart
De derde en laatste presentatie werd gegeven door Anne Loes Nillesen (Defacto Urbanism). In samenwerking met de Provincie Zuid Holland, waterschappen en drinkwaterbedrijven werkte zij aan een onderlegger; een set thematische kaarten die inzicht geven in ruimtelijke gevolgen op het gebied van waterveiligheid, water te veel, water te weinig en drinkwaterbeschikbaarheid. Het doel van deze onderlegger is dat (toekomstige) ruimtelijke keuzes worden gemaakt op basis van de juiste kennis en inzichten.
In rap tempo liet Nillesen een aantal van de kaarten zien. Ze legde uit dat het in de totstandkoming soms lastig was de verschillende datasets te combineren, maar dat het gelukt is om het systeem goed in beeld te brengen. Ze benoemde een aantal aanbevelingen die uit de kaarten naar voren komen. Zo zal het rondom Rotterdam soms nodig gaan zijn om een stukje polder onder water te zetten. De openbare ruimte in de stad zal meer als spons moeten fungeren, maar daarbij moeten we ons niet vergissen om welke volumes water het gaat. Ook de grondwaterstanden zijn belangrijk om in het oog te houden; het wippen van een tegel heeft geen zin als daaronder het grondwater al staat. Maar: alles bij elkaar kunnen veel kleine maatregelen een groot effect hebben. Als het om hitte gaat, is er een groot risico op ongelijkheid. Steden zijn hitte-eilanden en binnen de steden heeft niet iedereen dezelfde middelen en kansen om de hitte te bestrijden of te ontvluchten. Voor de werksessies over de Van Nelleknoop gaf Nillesen aan dat ze hoopte dat de deelnemers vooral de risico’s op overlast van water en hitte meenemen.

Labels en piekmomenten
Vervolgens verspreidden de aanwezigen zich over drie lange tafels. Op iedere tafel lagen al kaarten, schetspapier, post-its en stiften klaar. Opgave voor de eerste ronde waren de vragen: Welke belangrijkste water- en bodemuitdagingen kunnen we in de casus van de Van Nelleknoop samen aanwijzen, waar iedereen (architect, stedenbouwer, landschapsarchitect, ontwikkelaar, beleidsmaker) rekening mee moet houden? Waar zou wat jullie betreft prioriteit aangegeven moeten worden en waarom juist daaraan? Welke partijen, organisaties, groepen moeten hiervoor bij elkaar gebracht worden? Hoe of waarmee zouden zij elkaar kunnen helpen?
De sfeer aan de tafels was gemoedelijk en al snel waren er rode draden te bespeuren in de verschillende gesprekken. Welke kennis van het gebied is al goed in kaart, en wat mist er nog? Niet al het groen in het gebied is bijvoorbeeld in die hoedanigheid in de data terug te vinden. Het is versnipperd of is enkel gelabeld als ‘recreatief’. Ook in het toegankelijk maken van het groen – bijvoorbeeld de volkstuinen – ligt een uitdaging. De parkeerplaatsen, bedrijfsterreinen en kunstgrasvelden die nu in het gebied aanwezig zijn, zorgen voor een hitte-eiland, terwijl die vaak alleen op piekmomenten in gebruik zijn. Daar ligt een kans voor een andere aanpak van die plekken. Ook in de kwaliteit van het water ligt een uitdaging, want delen van het gebied zijn erg laag gelegen. Als het om bebouwing gaat, hoe zal dat er uit gaan zien? Sterk verdicht, of juist een moderne tuinstad rondom singels? Er werd geopperd dat de stadscamping huisjes op palen kan zetten, zodat je in natte perioden met de kano naar je huisje kunt. Niet als beperking, maar juist als extra charme.

Gemeenschappelijke vijand
In de tweede ronde bogen de deelnemers zich over de vragen: Welke concrete ideeën zouden we willen implementeren en wat zijn dan de hordes of obstakels waar we tegenaan gaan lopen, waar kan het misgaan? En hoe kunnen we dit opvangen om te zorgen dat het wél lukt? Wie zijn hiervoor nodig, wie kan het voortouw nemen en wie kunnen samenwerken of elkaar helpen? De grootste horde die uit de gesprekken naar boven kwam, is een gebrek aan gemeenschappelijkheid in het versnipperde gebied. Een tafel stelde een integrale projectorganisatie voor, waarin de ambities van de gemeente en Stadspark West samenkomen: “We hebben een groot gebied in handen om een samenhangend systeem te maken”, aldus één van de deelnemers. Een andere tafel opperde het idee van een gemeenschappelijke vijand, die echte urgentie geeft aan samenwerking. Zo’n vijand kan een opgave zijn als het risico op overstromingen of hittestress. Hoofd stedenbouwkundige van de gemeente Rotterdam Mattijs van Ruijven, die iets later aansloot bij de bijeenkomst, gaf de noodzaak aan om radicalere keuzes te maken: kill your darlings! Hij lichtte toe dat de verdeeldheid in het gebied als horde bestempeld wordt, maar mensen tegelijk weinig openstaan voor verandering. Om echte stappen te zetten, zullen er ook dingen moeten verdwijnen.

Tot slot is het tijd voor de afsluitende reflectie. Vanuit het team Van Nelleknoop van de gemeente Rotterdam waren Jeroen van Kesteren (landschapsarchitect) en Annette Matthiessen (stedenbouwkundige) aanwezig, ieder aan een andere tafel. Moderator Cornille vroeg beiden om een reactie: ‘wat ga jij morgen doen met wat je vandaag gehoord hebt? Matthiessen: “Het is een grote vraag voor dit gebied, hoe we de woningopgave verbinden met de uitdagingen van water en bodem. Maar ik heb hier dingen gehoord die ik heel inspirerend vond. Daar denk ik graag over verder.” Van Kesteren weidde nog wat verder uit: “Hoe gaan we zorgen dat het verstedelijken van het gebied meer wordt dan woningen toevoegen? Hoe zorg je voor sociale cohesie, wat geeft een gebouw terug aan de stad? Ik vond het een eyeopener om daarover na te denken in samenhang met het water en bodem sturend ontwerpen.”
De conclusies van de gesprekken aan de werktafels lieten wederom een behoefte zien aan meer kennis en data over de plek. Daaruit kunnen wellicht ook kansen voor inhoudelijke verbinding blijken. En juist nu de ontwikkeling in een relatief vroeg stadium is, liggen er kansen om die centraal te sturen, met oog voor de verschillende belangen in het gebied.
Bekijk hier de presentatieslides van Catherine Visser (DaF-architecten en Stadspark West)
Bekijk hier de presentatieslides van Anne Loes Nillesen (Defacto Urbanism)