Foto: Aad Hoogendoorn
13 juli 2026
Een circulaire toekomst: van goede bedoelingen naar realiteit (PRO)
Leestijd: 9 minuten
Op dinsdag 9 juni, tijdens de Rotterdam Architectuur Maand vond de tweede bijeenkomst van het Platform Ruimtelijk Ontwerp (PRO) van 2026 plaats. De locatie was dan ook het Keilepand, midden in de tentoonstelling De Kracht van Gemeenschap die onderdeel is van het festivalhart. Het thema van de bijeenkomst was Bestaande voorraad: circulair voortbouwen. Want om in de bouwsector duurzame doelstellingen te behalen, is een circulair gebruik van materialen geen optie, maar noodzaak.
Toch is de praktijk weerbarstig en is de stap naar schaalvergroting in circulariteit nog lang niet genomen. Een urgent en relevant onderwerp om te bespreken met een brede vertegenwoordiging uit de sector, dat bovendien naadloos binnen het thema van deze Rotterdam Architectuur Maand past, die draait om circulariteit en samenwerking.

Errors op de route
Moderator Christophe Cornille opende de bijeenkomst met een korte introductie en vatte het onderwerp samen met de vraag: ‘Hoe gaan we van goede bedoelingen naar realiteit?’. Vervolgens was het podium voor Barbara Luns (AIR) en Mattijs van Ruijven (Gemeente Rotterdam). Luns noemde de bouw van het paviljoen op de Test Site Materialenwerf van de Rotterdam Architectuur Maand als een voorbeeld van de ‘errors op de route’ van echt circulair bouwen. Van Ruijven benadrukte de waarde die de gemeente hecht aan de PRO-bijeenkomsten: ‘de opgave is gigantisch, daarom is het belangrijk om het samen te doen’.
‘Je kunt nog zo biobased bezig zijn, maar zonder circulair bouwen behalen we de duurzame doelen niet.’
Voor het hoofdprogramma van start ging, was er een korte aankondiging van Jip Pijs, projectleider van de Klimaat Academie Rotterdam, een samenwerking tussen marktpartijen, woningcorporaties en de gemeente Rotterdam met als doel samen op te trekken in het leerproces naar duurzaam bouwen. Hij introduceerde de MKB-deal Paris Proof Ontwerpen. De deal houdt in dat vijfentwintig architectenbureaus een protocol en rekenmodel kunnen uitproberen in een project, waarvoor de van de gemeente een opdracht voor vijfduizend euro krijgen. De selectie van de bureaus en projecten gebeurt in samenwerking met onder andere AIR.

Hergebruik als handelsmerk
De eerste spreker was Floris Schiferli, architect bij Superuse Studios, maar ook bewoner en initiatiefnemer van de wooncoöporatie W1555. In zijn presentatie werd duidelijk hoe circulair en gezamenlijk ontwikkelen en bouwen er in de praktijk uit kan zien. Hij vertelde eerst kort over Superuse Studios, een architectenbureau dat hergebruik van materialen tot zijn handelsmerk heeft gemaakt. Vervolgens nam hij de deelnemers op hoog tempo mee door het verhaal van W1555; een woonblok in Charlois dat ooit gekraakt werd en later in samenwerking met corporatie Woonstad een gezamenlijk renovatieproject werd. En waarvoor Superuse de architect was. Het woonblok was verzakt, zat vol gipsplaten en asbest en stond op vervuilde grond. De renovatie kostte uiteindelijk meer dan sloop en nieuwbouw zou kosten. Toch is het behoud van de kwaliteit van het blok een sterke toegevoegde waarde. Binnen het blok werd geschoven met de indeling en vierkante meters om verschillende typologieën te maken en woontypes te huisvesten. Daarbij werd ook een brede galerij toegevoegd, een ‘straat op bovenniveau’, waar bewoners elkaar ontmoeten in het komen en gaan. De slotvraag van Cornille aan Schiferli: ‘Zijn de materialen die uit het gebouw kwamen, dan ook ter plekke hergebruikt?’ Dat was niet mogelijk, aldus Schiferli, maar wel veel hergebruikte materialen van andere bronnen, onder andere restpartijen bakstenen.
Nieuwe rol ontwikkelaar
Hierna kwamen Lena van der Wal en Marcella Wong aan het woord. Samen vormen zij C’MON, onderdeel van een nieuwe generatie ontwikkelaars die met vastgoed- en gemeenschapsgedreven gebiedsontwikkeling bij wil dragen aan positieve maatschappelijke verandering. De presentatie ging in op hun project Rebuilt Buildings, een onderzoek naar een schaalbare manier om bestaande materialen te gebruiken in de bouw. Een belangrijke conclusie van het onderzoek was dat de grootste impact gemaakt kan worden in de zwaarste laag van een gebouw, de draagconstructie. Die heeft meestal ook de langste levensduur. Ze stellen een aanpak voor waarbij de beschikbaarheid van materialen leidend is in een ontwerp. En echte innovatie zit in samenwerking in een vroeg stadium van ontwikkeling en ontwerp, zo delen partijen de risico’s en creëren ze samen nieuwe waarde. Het vraagt een minder lineair proces in de ontwikkeling. Van der Wal sloot de presentatie af met de conclusie dat iedere transitie begint met een sociale transitie, waarin de ontwikkelaar een nieuwe rol krijgt.
‘Waarom waarderen we eerst materialen van een gebouw en daarna pas de mensen die er gebruik van maken?’
Circulaire residentie
De laatste spreker van de middag was Sophie Duran, adviseur circulair en sociaal bouwen bij de Gemeente Rotterdam. In de gebiedsontwikkeling van M4H komen circulaire plannen en ambities tot uitwerking, maar ook daar is de praktijk soms weerbarstig, legde Duran uit. Toch blijft het uitgangspunt een mindset van innovatie, collectiviteit en hergebruik van de materialen die reeds aanwezig zijn. Een materialenwerf kan dan hard nodig zijn als buffer, om materialen die vrijkomen maar niet direct elders ingezet worden, op te slaan. Ze liet een voorstel zien om op een van de pieren in de Merwehaven een testlocatie voor zo’n flexibele materialenwerf te maken. Dat zou met programmering direct ook een sociale of culturele functie kunnen krijgen. Als voorbeeld noemde Duran een circulaire residentie, waarbij een maker ter plekke kan werken. Tot slot wilde Cornille graag weten welke vraag Duran graag beantwoord zou zien deze middag. Een vraag die ze teruglegde bij de deelnemers: ‘Wie ziet een rol voor zichzelf in de flexibele materialenwerf?’

Na de sprekers, was het tijd voor de werksessie, verdeeld over drie tafels. Elke tafel had een thema dat voortkwam uit de presentaties, met de sprekers aan tafel te gast. Floris Schiferli zat aan tafel een, waar de vraag ‘Circulaire bouwpraktijk in de bestaande stad: wat is nodig?’ besproken werd. Lena van der Wal en Marcella Wong schoven aan bij tafel twee om te praten over gemeenschapskracht en circulair ontwikkelen. En aan tafel drie ging het gesprek over circulaire gebiedsontwikkeling, samen met Sophie Duran en Daniel Bieckmann, transitiemanager circulair bouwen bij de gemeente.
Dure toiletpotten
Aan de eerste tafel ging het gesprek snel over het feit dat het traditionele ontwerp- en ontwikkelproces niet past bij circulair bouwen. Logistiek en opslag van materialen zijn een knelpunt. Maar ook de kwaliteit en certificering van gebruikte materialen zijn soms onzeker. Want als er een grote stalen balk uit een gesloopt gebouw komt, hoe weten we dan zeker wat het dragen kan? Werd in de groep gevraagd. Schiferli: ‘Er zijn methoden om dat te achterhalen, maar veel belangrijker is om die informatie vast te leggen, zo behouden materialen hun waarde.’ Toiletpotten hergebruiken is momenteel duurder dan nieuwe aanschaffen, vanwege de arbeid die het kost. Dat geldt voor meer materialen. Daarom werd geopperd om de BTW op arbeid te verlagen of terug te kunnen vragen, om zo die drempel financieel te verlagen. En er werden meer voorstellen gedaan, die de businesscase voordeliger kunnen maken voor circulaire projecten, bijvoorbeeld door een lagere CO₂-footprint te koppelen aan financieel voordeel.
Controle loslaten
‘Waarom waarderen we eerst materialen van een gebouw en daarna pas de mensen die er gebruik van maken?’ vroeg Lena Van der Wal aan tafel twee. Barbara Luns beaamde: ‘Juist in deze expositie zie je dat de noodzaak ontstaat vanuit het menselijke aspect, en het resultaat is ruimtelijk.’ Gemeenschap behouden en koesteren op zich is een circulaire daad. Om dat te vertalen naar de praktijk van ontwikkelen, bouwen en renoveren, zijn andere processen nodig, met bijvoorbeeld andere tenderprocedures. Door bijvoorbeeld te selecteren op samenwerking, in plaats van alleen het plan. Aan tafel werd ook voorgesteld om voordat je aan een ontwikkelproces of renovatie begint een zogenaamd Sociaal Effect Rapportage te maken, om daarmee de sociale component beter in beeld te krijgen. Bewoners en gebruikers van een plek verdienen daarin een veel meer centrale rol, en samenwerking kan een sterker criterium voor selectie zijn. Vanuit de traditionele partijen vergt dat wel dat ze controle uit handen moeten geven, om een gemeenschap écht te betrekken.

Wie is de eigenaar?
Sophie Duran benadrukte aan tafel drie nog eens de noodzaak van hergebruik van materialen: ‘Je kunt nog zo biobased bezig zijn, maar zonder circulair bouwen behalen we de duurzame doelen niet.’ Maar er is nu nog geen goede businesscase voor het opslaan van materialen. Bij ieder gebruik verliezen materialen bovendien waarde en er is het eerdergenoemde probleem van gebrek aan garanties en certificaten. Dit vraagt om tijd voor experiment, maar ook om veel letterlijke ruimte, waar de materialen terecht kunnen in afwachting van een volgende bestemming. Het is wel de vraag wie de eigenaar is van zo’n materialenwerf? Want Duran geeft aan: het is niet de kerntaak van de gemeente. Het is een verantwoordelijkheid die tussen verschillende partijen in valt, en waar dus een kans ligt dat collectief op te pakken.

Folkert van Hagen (KeileCollectief, GroupA) was ook aan deze tafel aangeschoven en benoemde het belang van esthetiek: ‘We moeten dingen bouwen waar we zelf in willen wonen. En iemand die een villa wil, moet ook een circulaire villa willen.’ Maar ook in het ontwikkelen van zo’n nieuwe esthetiek, zagen de deelnemers aan deze tafel een kans.
In een concluderende ronde langs de tafels kwamen de rode draden van deze middag nog eens naar voren: de circulaire transitie heeft ruimte nodig voor experiment, en om dat te bereiken zijn nieuwe processen nodig, waarin verantwoordelijkheid meer collectief gedragen wordt. Tot slot wees moderator Cornille de bezoekers nog eens op het rijke programma van de rest van de Architectuurmaand, waarna het tijd was voor een borrel.
Volgende bijeenkomst
De derde en laatste PRO-bijeenkomst van 2026 zal plaatsvinden op dinsdag 13 oktober bij KCAP architecten. Lees hier meer.