Foto: Loes van Duijvendijk

02 juli 2026

Architectuurkritiek: Het statige nieuwe Odeon bewijst dat sociale woningbouw niet armoedig hoeft te zijn

Teun van den Ende Leestijd: 5 minuten

Met het nieuwe Odeon heeft woningcorporatie Woonstad midden in het Oude Westen een pareltje opgeleverd, recenseert Teun van den Ende. Het gebouw is traditioneel, maar niet oubollig, hoogwaardig, maar niet duur, en eigenzinnig, maar niet misplaatst. Klassieke sociale woningbouw in de 21e eeuw.

“Wanneer is het nou klaar?” vraagt een mevrouw, jaartje of zeventig, bij de ingang van de bouwplaats van woongebouw Odeon. Een heftruck rijdt bijna over haar voeten, de laatste stenen liggen nog opgestapeld op pallets. Klaar is het dus nog niet, maar deze week trekken wel de eerste bewoners in. “Ik vind het heel mooi geworden”, verklaart ze, tot opluchting van architect Ninke Happel. “Alleen vind ik de woningen wat te klein.”

Mevrouw heeft in haar wilde jaren vanuit de Aktiegroep het Oude Westen nog woningen in de buurt gekraakt, vertelt ze. De bewoners kregen veel voor elkaar. Van grondige woningrenovaties tot de vervanging van ‘krotwoningen’ door degelijke nieuwbouw. Voor de nieuwbouw van Odeon sneuvelde een gelijknamig gebouw: een buurthuis met 77 kleine woningen erboven, die later zijn samengevoegd tot 44 woningen. In het nieuwe Odeon zitten er 113, voor de helft sociale huur en de helft middenhuur.

Gelegen tussen de Gouvernestraat en het Wijkpark Oude Westen, vormt Odeon een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de wijk. Betrokken buren krijg je er gratis bij als je bouwt in het Oude Westen, weet Fense Berkhof van woningcorporatie Woonstad inmiddels. Odeon heeft uitstraling en oogst nu al veel waardering van omwonenden.

Betrokken

Niet alleen voor de architectuur, maar ook omdat Woonstad oud-Odeonbewoners in de nieuwbouw liet terugkeren en wijkbewoners voorrang gaf. De woningcorporatie bood hen daarmee kans op een nieuwe woning in hun wijk. Dat is in het Oude Westen eerder noodzaak dan luxe; Woonstad pakt namelijk veel woningen aan, waardoor bewoners – soms tijdelijk – moeten verhuizen.

Maar het gebouw moest vooral ook voor doorstroming in de wijk zorgen. Dus ging Woonstad op zoek naar een groep ‘koplopers’ die samen de Odeon-gemeenschap wilde gaan vormgeven. Het meest voorkomende woningtype heeft één slaapkamer, geschikt voor een- en tweepersoonshuishoudens. De appartementen zijn minder geschikt voor gezinnen; alleen op de twee hoeken aan de Gouvernestraat zitten eengezinswoningen.

“Met folders en een serie bijeenkomsten hoopte Woonstad de juiste bewoners voor de community te werven”

 

Met folders – ‘Ben jij Odeon?’ – en een serie bijeenkomsten hoopte Woonstad de juiste bewoners voor de community te werven. Dit concept is zeker niet nieuw in Rotterdam; ook commerciële verhuurders maken er gretig gebruik van. Woonstad deed het niet vanuit commercieel oogpunt, maar om de betrokkenheid die in de wijk heerst ook binnen Odeon te organiseren. Woonstad schakelde adviesbureau Vitibuck in om de kopgroep wegwijs te maken.

Als een sollicitatie

Daar kan Luna Bongers, na vijf jaar op de wachtlijst voor een sociale huurwoning, over meepraten. Ze bezocht een presentatie over de procedure in Leeszaal West aan de Nieuwe Binnenweg. Op basis van een vragenlijst, een motivatiebrief en een gesprek zou Woonstad maximaal 30 mensen werven, alsof het een sollicitatie voor een baan was. Ze koos er niet voor om zich aan te melden als koploper, mede omdat het best veel tijd zou kosten en Bongers een drukke baan heeft.

Veel Rotterdammers ervaren het kiezen van een (sociale) huurwoning in de praktijk vaak niet echt als keuze. Dat wilde Woonstad bij Odeon anders doen: “In plaats van alleen ‘tekenen bij het kruisje’ wilden we ze juist vroeg in het traject meenemen”, verklaart Berkhof, die het traject vergelijkt met de ervaring van het kopen van een woning.

“Het gebrek aan parkeerplaatsen is een no-brainer: de tram stopt om de hoek en het Centraal Station is vijf minuten lopen”

 

Uit de selectie kwamen vooral jonge mensen, in de categorie tot ongeveer 35 jaar. Daarvan viel een gedeelte ook later nog af, omdat huurders – geef ze eens ongelijk – zich vaak op meerdere woningen tegelijk inschrijven. Maar ook omdat er geen parkeerplaatsen zijn aangelegd; een parkeerkelder was simpelweg te duur.

 

Foto: Loes van Duijvendijk

Goed beschouwd is dat een no-brainer: de tram stopt om de hoek en het Centraal Station is vijf minuten lopen. Bovendien zijn er per woning bijna drie (!) fietsparkeerplekken, inclusief ruimte voor scootmobielen, bakfietsen, enzovoorts. Die worden niet weggestopt in een donkere kelder, maar op de begane grond met daglicht en overzicht: “In sociaal opzicht veel veiliger”, benadrukt architect Ninke Happel.

Meer lezen?

Lees het volledige artikel gratis op Vers Beton.

AIR x Vers Beton

AIR maakt het mogelijk dat Vers Beton jaarlijks tien onafhankelijke artikelen kan publiceren over architectuur en stedelijke ontwikkeling rond verschillende thematieken, met stadsverhalen of concrete aanbevelingen. Deze artikelen zijn gratis te lezen op Vers Beton, ook zonder abonnement.

Gerelateerd