Foto: Willy Lamers
17 juni 2026
Architectuurkritiek: 30 jaar pleinvrees – hoe het Schouwburgplein met minimale ingrepen toch nog gezellig kan worden
Leestijd: 4 minuten
Dertig jaar na de laatste herinrichting is het Schouwburgplein, erfenis van de wederopbouw, verouderd en onbemind. Nu gaat het eindelijk op de schop, maar zonder een budget van Hofplein-formaat. Public Space Detective Floor van Ditzhuyzen duikt in de geschiedenis van het plein en vraagt zich af hoe het met beperkte aanpassingen toch een fijne plek kan worden om te ‘vertoeven’ – en niet alleen doorheen te lopen op weg naar het theater.
Er is iets gaande op het Schouwburgplein. Niet iedereen zal het opgemerkt hebben, maar een aantal banken zijn verplaatst en dwars op de Karel Doormanstraat gezet, als voorschot op de aanstaande herinrichting van het plein.
Die is al meerdere malen aangekondigd, maar nu gaat het dan toch echt gebeuren. Hoe het er precies uit komt te zien, is nog niet bekend. Het ontwerp wordt op dit moment gemaakt door de dienst Stadsontwikkeling in samenwerking met West 8, het bureau van Adriaan Geuze dat ook verantwoordelijk was voor het huidige ontwerp. De oplevering is gepland in 2029.
“Het dak van de ondergrondse parkeergarage lekt, de houten vloerdelen zijn aan vervanging toe en het kunstgras is versleten.”
Herinrichting is hard nodig: het plein ligt er armoedig bij. Het dak van de ondergrondse parkeergarage lekt, de houten vloerdelen zijn aan vervanging toe en het kunstgras is versleten. Het plein gaat niet volledig overhoop, gezien het beperkte budget. De beschikbare 19 miljoen euro zal grotendeels gaan naar de noodzakelijke renovatie van de parkeergarage.
Zo blijft het plein verhoogd, en worden de karakteristieke rode lichtkranen gehandhaafd en opgeknapt. Verder moet er rekening worden gehouden met de zwakke constructie van de parkeergarage, die geen zware belasting aankan.
Wat kan en moet er, gezien de beperkte mogelijkheden, wel met het plein gebeuren? Wat moet blijven, en wat moet anders? De geschiedenis en betekenis van het plein als stedelijke ruimte zijn daarbij van belang. Om die te begrijpen gaan we eerst terug naar het begin.
Schouwburgplein 1.0
Voor de oorlog stond op de plek van het plein een bouwblok dat tijdens het bombardement is weggevaagd. In het Basisplan voor de wederopbouw werd de nieuw ontstane ruimte bestempeld tot ‘theaterplein’, met daaromheen de Schouwburg en de Doelen.
Er verrees een noodschouwburg van afgebikte stenen uit het oorlogspuin. De architecten Fledderus en Kraaijvanger maakten het ontwerp voor de Doelen, een voor die tijd hypermoderne concertzaal. Het Schouwburgplein fungeert tot 1964 als parkeerplaats, daarna wordt de ondergrondse garage gerealiseerd.
“Er bestaat een machteloos, onbestemd gevoel van onbehagen.” – Rob Wentholt over de binnenstad van de wederopbouw
In 1968 verscheen het boek ‘De binnenstadsbeleving en Rotterdam’, geschreven door Rob Wentholt, hoogleraar sociale psychologie aan de Erasmus Universiteit. In het boek kijkt hij kritisch naar de binnenstad van de wederopbouw, met de belangrijkste functies van een centrum van een grote stad in het achterhoofd.
In de inleiding schrijft hij: “Aan de ene kant is er trots over wat is bereikt, aan de andere kant bestaat – vaak bij dezelfde mensen – een soms machteloos, onbestemd gevoel van onbehagen dat dit toch niet is geworden wat van een belangrijk stadscentrum wordt verwacht.” Hij verwoordde een gevoel dat breed leefde in de stad. Het herbouwde centrum werd door velen ervaren als onherbergzaam, kaal, koud, hard, stenig en leeg, kortom: ‘ongezellig’.
Nonchalante opeenstapeling
In zijn boek komen de belangrijkste openbare ruimtes van de stad aan bod: van het Maasfront tot de nieuwe stadsboulevards, waaronder het Weena en de Coolsingel. Ook de pleinen passeren de revue. Hij maakt onderscheid tussen verkeerspleinen, zoals het Hofplein, en stadspleinen, waarvoor hij de heerlijke term ‘vertoefpleinen’ muntte.
Over het Schouwburgplein schrijft hij: “Van het te bouwen Schouwburgplein op het dak van de ondergrondse parkeergarage mag als centraal stadsplein niet al te veel worden verwacht. De reeds gegeven pleinwanden lenen zich slecht voor een bevredigende pleinbeleving”.
Enthousiast is anders, maar: “Toch liggen hier nog mogelijkheden voor de zo gewenste verdikking van het binnenstadsleven, omdat concertzaal en noodschouwburg erop uitkomen”, voegt hij toe. “Wil de noodzakelijke verdikking ontstaan, dan zal echter met man en macht moeten worden gewerkt aan de stoffering van het plein”.
Om dat te bereiken, dacht Wentholt aan “een nonchalante opeenstapeling van culturele gebruiksruimten, intieme kroegen en cafés”. Maar zijn advies om geen “esthetisch uitgekiende grote pleinruimte” te maken, wordt genegeerd. Het ontwerp van de dienst Stadsontwikkeling is precies dat: een grote open ruimte in typische wederopbouwstijl, met grafische patronen in het plaveisel en de waterbassins waar veel Rotterdammers nog altijd nostalgische gevoelens bij hebben.
Meer lezen?
Lees het volledige artikel gratis op Vers Beton.
AIR x Vers Beton
AIR maakt het mogelijk dat Vers Beton jaarlijks tien onafhankelijke artikelen kan publiceren over architectuur en stedelijke ontwikkeling rond verschillende thematieken, met stadsverhalen of concrete aanbevelingen. Deze artikelen zijn gratis te lezen op Vers Beton, ook zonder abonnement.