Foto: Aad Hoogendoorn
29 oktober 2026
Duurzaam voortbouwen: de rekening van de toekomst
Leestijd: 13 minuten
Op dinsdag 13 oktober kwam voor de derde keer dit jaar het Platform Ruimtelijk Ontwerp samen. Het PRO bestaat uit bijeenkomsten met professionals uit de Rotterdamse ontwerpsector, architectuurcultuur en de gemeente Rotterdam. Het doel is elke sessie weer om een open gedachtewisseling te houden over de ruimtelijke opgaven in Rotterdam en zo ontmoeting en kennisdeling te stimuleren.
De noodzaak van duurzaam (voort)bouwen
Deze derde en laatste PRO-bijeenkomst van 2026 vond plaats op het kantoor van architectenbureau KCAP aan de Piekstraat en stond in het teken van duurzaam voortbouwen. Hoe realiseren we de grote aantallen woningen die Rotterdam nodig heeft? Hoe zorgen we ervoor dat de keuzes die we vandaag maken ook op de lange termijn houdbaar zijn? En wat vraagt duurzaam doorbouwen van de Rotterdamse ontwerpsector? Moderator Christophe Cornille vat de uitdaging nog even samen: er zijn veel meer woningen nodig, en de huidige voorraad behoeft bovendien renovatie en verduurzaming, maar de ruimte en grondstoffen zijn beperkt. Dat vraagt om een betere samenwerking en nieuwe manieren van werken. Juist daarom komen beleidsmakers, ontwerpers en andere specialisten vandaag samen, om op dit gebied kennis, ideeën en plannen te verzamelen die bovendien het nieuwe college op weg moeten helpen naar een duurzaam Rotterdam.

Paris Proof ontwerpen in de praktijk
Voordat de deelnemers met elkaar aan de slag gaan aan de werktafels geven een aantal gasten presentaties ter inspiratie. Zo vertelt Britt van der Linden, projectmanager van de MKB-Deal Paris Proof Ontwerpen bij de gemeente Rotterdam, over de ontwikkeling en toepassing van de Rotterdamse Paris Proof-rekentool. Bij de ontwikkeling ervan werkten de gemeente Rotterdam, AIR en de Hogeschool Rotterdam samen. De afgelopen maanden zijn een aantal architectenbureaus gevraagd om de tool tegen een vergoeding in de praktijk te testen. Daarbij werd gekeken naar zowel gerealiseerde (nieuwbouw)projecten als de mogelijkheden om de rekentool als sturingsinstrument voor bouwprojecten in eerdere (ontwerp)fasen in te zetten. Vooral de afwegingen achter de keuzes vindt Van der Linden interessant: op welk moment in het ontwerpproces wordt een bepaalde beslissing genomen en waarom? In november en december worden de berekeningen en ervaringen geëvalueerd. De uitkomsten moeten helpen om de tool verder aan te scherpen en mogelijk uit te laten groeien tot een nieuwe standaard voor de markt.

Meer inzicht in materiaalkeuzes
In een kort interview met Jip Pijs van de Klimaat Academie Rotterdam vertellen Tom Hulshof van Studio TMOJ en David Kooymans van Kraaijvanger Architects over hun ervaringen met de rekentool. Hulshof werkte aan de renovatie van de Witte Panden in Rotterdam-Noord, gebouwen uit de periode na 1965 die onder meer te maken hadden met asbest in de gevels en achterstallig onderhoud. Kooymans vertelt over Blaak 333, een woontoren midden in de stad waarbij het bureau als doel had om zoveel mogelijk circulaire materialen toe te passen.
“Als ontwerper wil je kennis opbouwen over de impact van materialen, maar ook grip houden op de uitstraling van je gebouw.” – David Kooymans, architect bij Kraaijvanger Architects

Voor beide bureaus draait deelname aan de testfase van de tool vooral om inzicht. Door zelf te rekenen, bouwen ontwerpers meer kennis op, krijgen ze meer grip op de impact van hun materiaalkeuzes en kunnen ze al vroeg in het ontwerpproces onderzoeken waar verbetering mogelijk is, geven de twee architecten aan. Tegelijkertijd zijn de cijfers niet altijd doorslaggevend. Een materiaal met een gunstige score is niet automatisch de beste keuze als het gaat om hergebruik, recyclebaarheid of de gewenste uitstraling van een gebouw. Kooymans noemt aluminium als voorbeeld: het materiaal is goed recyclebaar, maar de vraag blijft hoe die keuze uit de berekeningen naar voren komt. Hulshof wijst erop dat ook de beschikbaarheid van materialen en de eisen van andere betrokken partijen invloed hebben op de uiteindelijke keuzes. De rekentool kan ontwerpers dus helpen om beter onderbouwde beslissingen te nemen, maar vraagt ook om een kritische blik. Hoe voorkom je dat een CO₂-score een doel op zichzelf wordt? De uitdaging is om de cijfers te benutten zonder de bredere ontwerpkwaliteit uit het oog te verliezen.

‘Bouwrecords breken’
Mattijs Rommelse, bouwregisseur bij de gemeente Rotterdam, licht het 100-dagen-plan van het nieuwe college toe. Zijn opdracht is helder: zoveel mogelijk woningen bouwen. Het coalitieakkoord zet in op versnelling en het doorbreken van bouwrecords, waarbij ook de buitenruimte en infrastructuur moeten worden meegenomen. Rommelse bevindt zich op dag 42 van de honderd dagen en werkt aan tien doorbraakthema’s waarmee de gemeente, samen met partners, het verschil wil maken. De thema’s zijn geformuleerd als duidelijke doelen, zoals ‘We programmeren voldoende betaalbare woningen’, ‘Toekomstbestendig bouwen als norm, schaarste als vertrekpunt’ en ‘We maken een keuzemenu om gebiedsontwikkeling en inzet te stroomlijnen’. Tegelijkertijd vraagt de opgave om een toekomstbestendige aanpak. De gemeente wil zich voorbereiden op nieuwe Europese regelgeving en de stap maken van project- naar gebiedsniveau. Daarvoor zijn nieuwe werkwijzen en een andere manier van samenwerken nodig. Op 8 december moet er een plan van aanpak liggen waarin staat welke stappen daarvoor nodig zijn.
De kansen van én zorgen over de bouwambitie
Architect Sanne van Manen van Platform Woonopgave en Studio Meent plaatst de ambities uit het coalitieakkoord in perspectief. Duurzaam bouwen en de bestaande stad zijn belangrijke thema’s, maar de druk om veel woningen te realiseren roept ook vragen op. Leidt de focus op aantallen wel tot de juiste woningen? En hoe zorgen we ervoor dat zaken als betaalbaarheid en ruimtelijke kwaliteit niet onder druk komen te staan? Daarnaast zijn er grote uitdagingen op het gebied van bodem, landschap, waterveiligheid, netcongestie en stikstof. Volgens Van Manen bieden die niet alleen aanleiding tot zorg, maar ook kansen om de opgave anders aan te pakken. Ontwerpers kunnen daarbij een belangrijke rol spelen, juist door verschillende schaalniveaus en belangen met elkaar te verbinden.
Een voorbeeld van hoe die zoektocht vorm krijgt, is de nieuwe publicatie Verdichten in Rotterdam, atlas van mogelijkheden. Vereniging Deltametropool en Platform Woonopgave brengen hierin de theoretische potentie van het beter benutten van de bestaande stad in kaart. De dikke, splinternieuwe atlas laat zien waar kansen liggen om Rotterdam te verdichten en meer woningen te realiseren. Voor alle deelnemers ligt een exemplaar klaar, als vertrekpunt om samen verder te denken over de mogelijkheden én de uitdagingen van de Rotterdamse bouwambitie.
“Hoe kunnen ontwerpers bijdragen aan het haalbaar maken van de ambities, zonder de kwaliteit van de stad uit het oog te verliezen?” – Sanne van Manen, initiatiefnemer van Platform Woonopgave en architect bij Studio Meent

Ontwerpen voor Rotterdam
Aansluitend lanceert Chantal Zeegers, wethouder Bouwen en Mobiliteit, de website Ontwerpen voor Rotterdam. Ze benadrukt het belang van samenwerking tussen de gemeente, bouwers en ontwerpers: “Rotterdam heeft een sterke architectuurcultuur en veel ontwerptalent. De uitdaging is om die kennis en creativiteit beter te benutten bij de opgaven van de stad.” De website moet gemeentelijke ontwerpopgaven zichtbaar en toegankelijk maken. Ontwerpers kunnen er projecten vinden waarvoor zij zich kunnen aanmelden, met als doel ook jonge bureaus meer kansen te bieden. Transparantie staat daarbij voorop: ontwerpers moeten kunnen zien welke opdrachten op de markt komen en hoe zij daaraan kunnen deelnemen. Ook de ontwerperspool krijgt er een plek. Zo moet Ontwerpen voor Rotterdam bijdragen aan een betere verbinding tussen de opgaven van de gemeente en de ontwerppraktijk in de stad.

Dan is het tijd om plaats te nemen aan een van de drie werktafels. Elk thema sluit aan bij een gemeentelijke portefeuille: ‘Duurzaam (voort)bouwen’ bij die van wethouder Zeegers, ‘Woningen voor iedereen’ bij die van wethouder Astrid Kockelkoren (Wonen, Dakloosheid en NPRZ) en ‘Klimaatbestendige stad’ bij die van wethouder Sabine Biesheuvel (Klimaat, Circulair en Buitenruimte). Aan de tafels gaan de deelnemers met elkaar in gesprek over de uitdagingen en kansen die bij deze thema’s horen. Welke adviezen willen ze meegeven aan de nieuwe coalitie?
Duurzaam (voort)bouwen
Hoe maken we duurzaam bouwen de norm en hoe benutten we de bestaande stad beter? Aan deze tafel pleiten de deelnemers ervoor om al vroeg in het ontwerpproces te rekenen aan de milieu-impact van gebouwen zodat er nog kan worden bijgestuurd, ook op stedenbouwkundig niveau. Paris Proof moet niet alleen een criterium zijn bij tenders, maar een uitgangspunt voor alle projecten. De gemeente kan zulke projecten stimuleren door ze bijvoorbeeld voorrang te geven bij parkeernormen, plancapaciteit en bouwhoogte. Tegelijkertijd is het belangrijk om niet alleen naar materiaalgebonden emissies te kijken, maar naar de volledige levenscyclus van een gebouw, inclusief de kosten en opbrengsten op de lange termijn. Ook de waarde van bestaande gebouwen en gebieden moet beter worden meegewogen. De deelnemers pleiten ervoor dat bij sloop wordt aangetoond dat nieuwbouw over de hele levenscyclus duurzamer is dan behoud. Kennisdeling, een zelflerend proces en samenwerking met het onderwijs kunnen helpen om deze manier van werken verder te brengen.

Woningen voor iedereen
Hoe kunnen we sneller en integraal werken aan voldoende woningen, met oog voor de behoeftes van bewoners en de mogelijkheden in bestaande wijken? De deelnemers zien kansen in andere organisatievormen en een sterkere verbinding tussen ontwerpers, ontwikkelaars, woningcorporaties en gemeente. Een wijkgerichte aanpak vraagt om de juiste mensen aan tafel, met duidelijke verantwoordelijkheden en ruimte om sneller beslissingen te nemen. De ontwikkelaar kan daarin het voortouw nemen, maar ook corporaties en ontwerpers moeten de ruimte krijgen om initiatieven verder te brengen. Een ateliermeester, ‘fixer’ of aanjager kan bewoners helpen, lokale initiatieven ontsluiten en partijen bij elkaar brengen. Daarnaast is er behoefte aan kennisdeling: goede voorbeelden en innovatieve oplossingen moeten toegankelijk worden gemaakt, zodat niet elke wijk of ontwerper opnieuw het wiel hoeft uit te vinden. De deelnemers aan deze tafel benadrukken ook het belang van participatie aan de voorkant, bijvoorbeeld met ateliers in de wijk, en van het combineren van opgaven zoals verduurzaming en energie. Zo kan ontwerpend ontwikkelen bijdragen aan integrale groei die aansluit bij wat bewoners nodig hebben.
“Rotterdam heeft een sterke architectuurcultuur en veel ontwerptalent. De uitdaging is om die kennis en creativiteit beter te benutten bij de opgaven van de stad.” – Chantal Zeegers, wethouder Bouwen en Mobiliteit
Klimaatbestendige stad
Hoe maken we Rotterdam klimaatbestendig en leefbaar, terwijl de stad groeit met 15.000 nieuwe woningen? Aan deze tafel bespreken de deelnemers de samenhang tussen mobiliteit, verdichting, groen, water, energie en bouwen. Multifunctionele mobiliteitshubs, kleinere auto’s en goede fietsvoorzieningen kunnen helpen om ruimte slimmer te benutten. Ook moet de stad zuiniger omgaan met het bestaande groen: volwassen bomen zijn van grote waarde en zijn niet zomaar te vervangen door jonge aanplant. Voor waterbeheer pleiten de deelnemers voor een aanpak die bodem en water leidend maakt, met meer ruimte voor opvang, infiltratie en vergroening. Dat vraagt ook om betere afstemming met de ondergrondse infrastructuur, bijvoorbeeld door bij werkzaamheden aan kabels en leidingen meteen wateropvang mee te nemen. Openbare data en integrale rekenmodellen kunnen helpen om keuzes beter te onderbouwen en de langetermijnwaarde van groen, water en gebouwen zichtbaar te maken. Tot slot vragen de deelnemers aandacht voor flexibel bouwen, hergebruik en het beter benutten van leegstaande gebouwen: niet slopen tenzij goed is onderbouwd dat behoud geen betere oplossing biedt.

De toekomst bespreekbaar maken
Moderator Cornille vraagt ter afsluiting aan Mattijs van Ruijven, hoofd stedenbouwkundige bij de gemeente Rotterdam, om een aantal laatste woorden. Van Ruijven roept de aanwezigen op om vooral het heft in eigen handen te nemen: “Wat kun je morgen zelf anders doen?” Tegelijkertijd vraagt hij om verder vooruit te kijken. “Wat wil je nou dat dit gebouw over twintig jaar gaat doen?” Die vraag raakt aan een belangrijk onderdeel van toekomstbestendig bouwen: gebouwen moeten niet alleen voldoen aan de behoeftes van vandaag, maar ook flexibel genoeg zijn om in de toekomst een andere functie te vervullen. Initiatieven als de MKB-Deal Paris Proof Ontwerpen laten volgens Van Ruijven zien hoe samenwerking kan bijdragen aan nieuwe inzichten en een andere manier van werken. Ook het delen van kennis vindt hij essentieel. Er is veel expertise aanwezig bij ontwerpers, corporaties en ontwikkelaars, maar de vraag is hoe die kennis beter bij elkaar kan worden gebracht en toegankelijk kan worden gemaakt.
Over het Platform Ruimtelijk Ontwerp
Met het Platform Ruimtelijk Ontwerp (PRO) wil AIR de ontmoeting en kennisdeling stimuleren tussen de Rotterdamse ontwerpsector, de gemeente Rotterdam en het stadsbestuur. De leden van het PRO vormen een afspiegeling van de in Rotterdam gevestigde en werkzame bureaus. Het platform komt minstens drie keer per jaar bijeen voor een open gedachtewisseling over de ruimtelijke opgaven voor Rotterdam. Hierbij zetten de deelnemers de architectuurnota op scherp in de vorm van een jaarlijkse actie-agenda. Het PRO wordt georganiseerd door AIR in samenwerking met de gemeente Rotterdam.
Dit was de derde en laatste PRO-sessie van dit jaar. AIR zal begin volgend jaar met een overkoepelende publicatie komen die de belangrijkste inzichten van de drie sessies van 2026 bundelt. Lees hier het PRO-jaarverslag van 2025, ‘In de stroom van de stad’.