Foto: Aad Hoogendoorn

16 augustus 2023

Over de rechtvaardige stad valt nog genoeg te leren

Teun van den Ende Leestijd: 8 minuten

Is er in Rotterdam genoeg ruimte om vorm te geven aan een rechtvaardige stad? AIR vroeg drie verschillende ontwerpende collectieven hun visie op het onderwerp te delen tijdens de Rotterdam Architectuur Maand. Het leidde tot een levendige discussie over wat een rechtvaardige stad eigenlijk is en op welke manieren ontwerpers ermee aan de slag kunnen.

De rechtvaardige stad is in de literatuur op diverse manieren onderzocht. Een voorbeeld is het werk van Toni L. Griffin, die in 2017 te gast was op het Stadmakerscongres in Rotterdam  was om over haar perspectief op de ‘Just City’ te vertellen. Of neem het boek ‘Het idee van rechtvaardigheid’ door Amartya Sen, een persoonlijke favoriet van Chris van Langen, van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, uitschrijver van de Open Oproep Ruimte voor rechtvaardigheid.

Het begrip rechtvaardigheid bevindt zich in de praktijk in een wolk van vergelijkbare terminologie; zo struikel je tegenwoordig in talloze visies, programma’s en projectplannen over de ‘inclusieve’ en de ‘diverse’ stad, of de ‘stad in balans’. Ook ontwerpbureaus maken gebruik van deze termen. Maar wat er precies mee beoogd wordt en hoe ontwerpers zulke brede, universele waarden een volwaardige plek in een ontwerpproces kunnen geven, behoeft verduidelijking. De Open Oproep biedt gelegenheid daarover na te denken, te experimenteren maar ook om de (tussentijdse) uitkomsten te delen en te evalueren.

De rechtvaardige of inclusieve stad zal niet bij iedereen direct een beeld oproepen. Bij het tegenovergestelde, een exclusieve stad of buurt, kan je je wellicht makkelijker iets voorstellen. Tegelijkertijd kan exclusief overal in de wereld iets anders betekenen. In die zin is de oproep een reality check: hoe ervaren bewoners – in dit geval: Rotterdammers – de ruimte om hen heen? Waar voelen ze zich welkom en waar niet? Voor wie zijn plekken of gebouwen toegankelijk en voor wie niet? Door rechtvaardigheid als meetlat te nemen, dringt zich de vraag op of er in een stad sprake is van sociale uitsluiting. Met als ultiem resultaat dat groepen bewoners niet meer in een stad kunnen zijn, bijvoorbeeld omdat ze te weinig verdienen of niet over de juiste (verblijfs)documenten beschikken.

Tarwewijk BinnensteBuiten

Bij het ontwerpen van een rechtvaardige stad kan persoonlijke motivatie een belangrijk startpunt zijn. Dit maakt architect Andrés López van El Kantoor duidelijk met zijn project ‘Tarwewijk BinnensteBuiten’. Samen met zijn (bureau)partner Isabel Driessen verhuisde López enkele jaren geleden van Beijing naar deze buurt in Rotterdam-Zuid. De ruimtelijke indeling van de Mijnsherenlaan viel hen gelijk op: in hun ogen was die erg ontoegankelijk, monotoon en sterk op de auto georiënteerd. Tegelijkertijd vermoedden zij dat er een groot ruimtelijk en sociaal potentieel voor het oprapen lag. Toen ze ontdekten dat de gemeente de riolering zou gaan vervangen en daarvoor de hele straat moest openbreken, besloten ze met de buurt over hun wensen en ergernissen in gesprek te gaan.

Wat volgde is het beste te duiden als een procesontwerp. Met flyers (in zeven talen!), workshops, een whatsapp-groep en gesprekken op straat wisten zij ruim 70 bewoners te bereiken. Iedereen, jong en oud, kreeg dezelfde vraag: Hoe zou jij willen dat de Mijnsherenlaan eruit ziet? Door samen afval te rapen, picknicktafels te plaatsen en een tijdelijk plantsoen aan te planten, werden de ideeën stap voor stap meer concreet. Dit momentum vormde aanleiding om het project breder bekend te maken, in lokale media en bij het gemeentebestuur. Nu kan de gemeente, in voorbereiding op de rioolvervanging in 2024, in het proces instappen en bewoners tegemoet komen in hun wensen.

Het project bevraagt op een laagdrempelige manier hoe bewoners tegen de publieke ruimte van hun straat aankijken. Wat er in de stad nieuw gebouwd wordt, is een ander verhaal, omdat de gemeente daarbij deels afhankelijk is van investeerders en projectontwikkelaars. Het Rotterdamse bestuur begeleidt die plannen zo goed mogelijk, maar maakt soms ook scherpe keuzes, bijvoorbeeld op het gebied van wonen. Om hoogopgeleide Rotterdammers in de stad te houden, heeft het duurdere woonsegment alle ruimte gekregen om te groeien. Met als gevolg dat overal ‘exclusieve’ woningen tevoorschijn schieten, soms ten koste van bewoners van sociale huurwoningen. Daarmee lijkt Rotterdam een ideale plek om (opnieuw) na te denken over het begrip rechtvaardigheid.

Het woonbeleid houdt namelijk onvoldoende rekening met de beperkte mogelijkheden van veel bewoners. Zij hebben in de huidige woningmarkt haast niets meer te kiezen. Behalve het stadsbestuur, kunnen architecten er met hun ontwerpen voor zorgen dat deze ontwikkeling niet doorschiet. Naast de concrete vraag van een projectontwikkelaar of woningcorporatie hebben architecten ook de taak om rekening te houden met het gebruik van de ruimte door alle Rotterdammers. De inrichting van de publieke ruimte en de ruimte rondom gebouwen drukt immers een groot stempel op de beleving van de stad als geheel.

Veel architectenbureaus zijn (nog) niet goed op de hoogte van de wensen van bewoners of komen instrumenten te kort om daarmee aan de slag te gaan. Op de bijeenkomst in de Rotterdam Architectuur Maand gaf V8 Architects aan daarmee te worstelen. Zij realiseerden onlangs een woontoren in de binnenstad, de Cooltower. Zij waren beperkt in de mogelijkheden om de omgeving van de toren zodanig in te richten dat ook voorbijgangers zich er welkom voelen, terwijl zij dit graag wilden. Maar het voeren van een gesprek met de opdrachtgever hierover, bleek lastig.

Notes

Dat een rechtvaardige stad niet per se tot stand te komen vanuit opdrachtgevers, illustreert het collectief ‘Notes’, een platform van jongeren van diverse culturele achtergronden. Jongeren worden onder de noemer van participatie zo nu en dan betrokken bij (mogelijke) ontwikkelingen in hun buurt. Zij krijgen dan te horen dat hun ideeën worden ‘meegenomen’ in het proces. Maar dat voelt dikwijls onbevredigend als vervolgens de uiteindelijke ontwikkeling voor hen weinig betekenis draagt.

Het ontstaan van Notes heeft hier overigens weinig mee te maken, het collectief organiseert evenementen zoals block party’s. Anders dan bij een festival wordt bij een block party geen entree gevraag, de setting is vrij informeel. Notes ontdekte dat tijdens de Covid-pandemie de behoefte aan laagdrempelige vormen van ontmoeten sterk groeide. Tijdens de evenementen, die klein begonnen maar steeds groter werden, praten bezoekers ook met elkaar over sociaal-maatschappelijke vraagstukken. Dit vormde aanleiding voor het ontwerpend onderzoek ‘Take Notes’, met als onderwerp de Block party van de toekomst.

Het onderzoek bestaat uit een serie workshops, de meeste deelnemers komen uit het netwerk van Notes. Het Nieuwe Instituut is een partner van het onderzoek, op 6 juli vond daar een gesprek plaats waarin het gebruik van de publieke ruimte centraal stond. Een van de vragen is bijvoorbeeld hoe je een safe space kunt ontwerpen. Het ontwerp wordt ingezet om een vertaalslag te maken van wensen en behoeften van jongeren rondom welzijn, kansenongelijkheid, rechtvaardigheid.

De rechtvaardige stad staat zowel bij grassroots organisaties zoals Notes op de agenda, als bij sommige ontwerpbureaus. Om de breedte van de mogelijke benaderingen te concretiseren beschrijft het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie drie verschillende aanvliegroutes voor de Open oproep ‘Ruimte voor rechtvaardigheid’: vanuit de systeemwereld, de leefwereld en de fysieke wereld. De systeemwereld is gegrond in wetenschappelijk onderzoek, publicaties en theorievorming. De leefwereld bevat initiatieven die vaak vorm krijgen in een buurt of straat. En in de fysieke wereld, tot slot, staat de ruimte waarin we leven en het uitoefenen van invloed daarop, centraal.

Zoals de projecten Tarwewijk BinnensteBuiten en Take Notes illustreren, zijn er verschillende mogelijkheden om Rotterdammers te benaderen, te betrekken en een (grotere) stem te geven in besluitvorming. Ook architecten en ontwerpers die hier nog weinig bedreven in zijn, kunnen een rol spelen om Rotterdammers aangehaakt te krijgen die nog niet aangehaakt zijn. Zij hoeven niet vanaf nul te beginnen: er zijn genoeg professionals die hun ervaringen willen delen, zo is er bijvoorbeeld dit voorjaar een community of practice opgericht waarin de rechtvaardige stad vanuit theorie en praktijk wordt onderzocht.

Tegelijkertijd is er vanuit opdrachtgevers nog veel te weinig aandacht en ervaring met het stellen van de juiste vragen aan ontwerpers. Daardoor is rechtvaardigheid zelden een concreet doel in een ontwerpproces en worden ontwerpers niet uitgedaagd er handen en voeten aan te geven. Behalve het aansporen van opdrachtgevers kan het ontwerpveld zelf ook de rol oppakken om het bewustzijn over kansenongelijkheid te vergroten en te onderzoeken met welke instrumenten een rechtvaardige stad binnen handbereik komt.

Open Oproep ‘Ruimte voor Rechtvaardigheid’

De Open Oproep ‘Ruimte voor Rechtvaardigheid’ door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie nodigt coalities van ruimtelijk ontwerpers en overheden, organisaties, deskundigen en burgers uit, om te werken aan vernieuwende ideeën over hoe ontwerpend onderzoek kan zorgen voor meer rechtvaardigheid en inclusie in de ruimtelijke omgeving. De Open Oproep sluit 28 augustus a.s.